Meer info? Wil je een bijdrage leveren? Mail naar: 884niethier@gmail.com
De studentenraad der Geesteswetenschappen van de UvA organiseert een openbaar hoorcollege als bezwaar tegen invoering 8-8-4
Meer info? Wil je een bijdrage leveren? Mail naar: 884niethier@gmail.com
De studentenraad der Geesteswetenschappen van de UvA organiseert een openbaar hoorcollege als bezwaar tegen invoering 8-8-4
Om het studierendement aan de UvA te verhogen is het College van Bestuur van plan een richtlijn in de stellen waarin de gehele universiteit in de januarimaand vakken van vier weken zal moeten aanbieden aan de studenten. Dit voorstel is voor de Faculteit Geesteswetenschappen onhaalbaar en irreeël.
De Geesteswetenschappen onderscheiden zich in hun didactische methodes fundamenteel van de andere wetenschappen. De didactische methodes die de Faculteit Geesteswetenschappen handhaaft, vragen intrinsiek om langdurige collegereeksen.
Thomas Kuhn benadrukte in zijn historische benadering van wetenschap al dat de sociale wetenschappen en geesteswetenschappen zich onderscheiden van de natuurwetenschappen, omdat de natuurwetenschappen leren aan de hand van de handboeken. Deze handboeken voorzien de student volgens hem van een ‘disciplinary matrix’. Dit is een set van normen volgens welke de wetenschap beoefend moet worden. Een normatief handboek zoals deze ontbreekt echter bij de geesteswetenschappen.
Op de geschiedenisopleiding wordt het citaat van historicus Geyl ‘de geschiedenis is als een debat zonder eind’ vaak herhaald. Dit citaat raakt de kern van de geesteswetenschappen goed. De geesteswetenschap is een debat. De kunst is dat de student op de hoogte is van de state of the art in het huidige academische debat. Dit betekent voor de student dat hij alle standpunten stuk voor stuk moet behandelen en dat het debat hem eigen wordt. De metafoor van het verwerven van kennis, zoals een koe zijn eten verteert, is hier misschien goed op zijn plaats. Dat betekent dus langdurig en vaak herhalen.
Het principle of charity is hier een belangrijk principe. Dit houdt in dat iedere positie serieus genomen moet worden, en worden benaderd alsof de auteur het gelijk aan haar zijde heeft. Wanneer een student dit wil toepassen op de verschillende posities moeten al deze teksten serieus bestudeerd te worden, en kan een heel debat niet in vier weken er doorheen worden gestuwd. In dat geval kan iedere unieke positie niet serieus worden genomen. Een volledig academisch debat kan niet in vier weken worden behandeld.
Hoewel de faculteit geesteswetenschappen niet alleen bestaat uit de opleiding geschiedenis, zijn alle geesteswetenschappen wel bij uitstek ‘geschiedkundige’ studies. De debatten in de geesteswetenschap werken door de geschiedenis heen. Er zijn buiten onze faculteit geen studies waar men teksten leest van meer dan 300 jaar oud. Om een paar voorbeelden te noemen: het nibelungenlied (13e eeuw) bij de opleiding Duits, de vrijheid van een christen van Luther (1520) bij Religiestudies, Plato’s symposium (385 v. Chr.) bij Wijsbegeerte en Klassieke Talen hoeft uiteraard geen uitleg.
Al deze voorbeelden bewijzen dat de geesteswetenschappen tijd nodig hebben. De historische werking van debatten vragen om serieus genomen te worden. Het doorvoeren van een richtlijn waarin de geesteswetenschappen vakken van vier weken moet aanbieden, heeft daarom vergaande inhoudelijke consequenties voor de studies aan onze faculteit. De bijna taxonomische discipline van verzamelen van standpunten kan op geen enkele manier in vier weken worden uitgeoefend. Daarom is het besluit van het CvB onhaalbaar voor de FGw en je zou zeggen dat iemand die onderzoek doet naar de Armeense, Babylonische of Egyptische bronnen waarop de teksten uit het Oude Testament teruggaan, ook beter zou moeten weten.
WAAR GAAT HET OVER?
Het College van Bestuur heeft twee weken geleden – nagenoeg zonder overleg en tegen de uitdrukkelijke wil van verschillende faculteiten, waaronder de FGw – het besluit genomen om de semesterindeling aan alle faculteiten te uniformeren volgens het zogenaamde 8-8-4 model. In dit model bestaat een semester uit drie blokken van 8+8+4 weken, waarin steeds één of twee modules van 6 of 12 punten worden aangeboden. De gedachte hierachter is dat studenten hierdoor tijdens het gehele semester efficiënter zullen studeren en de rendementen zullen stijgen.
WAT ZIJN DE PROBLEMEN?
De Facultaire Studentenraad van de FGw (FSR-FGw) erkent dat het zinvol is om in goed onderling overleg te zoeken naar een semesterindeling die studenten de mogelijkheid biedt efficiënter te studeren. Het 8-8-4 model is voor de FGw echter een zeer slechte oplossing, die veel meer nieuwe problemen creëert dan verhelpt.
1. Omdat de FGw werkt met vakken van 5 en 10 EC zou voor deze indeling al het onderwijs opnieuw moet worden opgebouwd en geprogrammeerd. Dit is een zeer ingrijpende, tijdrovende en uitermate kostbare operatie – zeker voor een grote faculteit als FGw. Met het oog op de huidige bezuinigingen en de toenemende werkdruk voor docenten vanwege de groei van studentenaantallen zal dit zeker leiden tot verschraling en kwaliteitsdaling van het onderwijsaanbod.
2. Door de gewijzigde semesterindeling (8-8-4) en vakkenomvang (6 of 12 punten) wordt het voor de FGw moeilijk meedoen aan het reeds ontworpen, zogenaamde ‘sectorplan’, waarbij zusterfaculteiten samenwerken om kleine studies in het leven te houden (opgenomen in het plan Duurzame Geesteswetenschappen). De subsidie die FGw hiervoor zou krijgen wordt dan door 8-8-4 geblokkeerd. Bovendien komen specialisaties in het geding, want die zijn van de samenwerking en die subsidie afhankelijk.
3. De omvang van de vakken (6 of 12 punten) spoort ook niet met die van de belangrijkste internationale partners en bemoeilijkt uitwisseling van UvA-studenten met buitenlandse universiteiten alsook de komst van buitenlandse studenten naar de UvA.
4. Voor cruciale cursussen waarin studenten wetenschappelijk onderzoek opzetten en uitgebreide werkstukken schrijven zijn blokken van 8 weken te kort. Laat staan een blok van 4 weken.
5. Als het aan het CvB ligt, verhuizen de herkansingen naar de zomervakantie. Dit zal zeer ongunstige gevolgen hebben. Juist de enkele jaren ingevoerde maatregel om de herkansingen in hetzelfde semester plaats te laten vinden heeft aan de FGw een aanmerkelijke verhoging van het studierendement opgeleverd. Het veel later herkansen van vakken zorgt bovendien voor een aanzienlijke daling van het rendement omdat minder studenten halverwege het jaar van de bachelor in de master zullen kunnen instromen. De herkansingsregeling is voorts problematisch voor buitenlandse studenten, die soms een half jaar na hun uitwisseling terug zullen moeten komen om vakken te herkansen – met alle nadelige effecten voor de aantrekkingskracht van de UvA.
6. De FGw heeft in vergelijking met diverse andere faculteiten een veel beter studierendement, dat bovendien de afgelopen jaren flink aan het stijgen is. Veel aanbevelingen uit het recent verschenen rapport Studiesucces aan de UvA zijn gebaseerd op het succesvolle voorbeeld van de FGw. Het is onverstandig het grote risico te lopen dat een invoering van het 8-8-4 model, waarvan de positieve resultaten nog niet zijn bewezen, de stijgende lijn zal onderbreken.
DE FSR EIST:
Laat de FGw een eigen semestermodel bepalen dat het studierendement, de kwaliteit van het onderwijs, de samenwerking met de zusterfaculteiten en de uitwisseling met buitenlandse universiteiten zal verbeteren in plaats van verslechteren.
MEER NIEUWS OP: WWW.ONDERWIJSCRISIS.NL/SOS/#meernieuws